Noorse Elandhond grijs
HOME     4
 Halejeger Kennel
 Norsk Elghund grå/grey
 Elandjachtproef
 Boele
 Bringher
 Svensk Lapphund
 Lapphund Douwe



Norsk Elghund Grå



RASBESCHRIJVING /  Rasstandaard in nederlands

Het uiterlijk.

De elandhond is een gehard noors ras met een vierkante bouw. Hij moet voor het werk een goed formaat hebben, maar dit mag niet grof worden. Het zware terrein waar het werk plaats vindt eist een atletische hond, die zich goed kan bewegen. De ideale schofthoogte voor reuen is 52 cm en voor teven 49 cm met een gewicht van 23-27 kg. Het gewicht moet in verhouding zijn met de hoogte en de bouw van de hond. Zijn grijze vacht is dik en ligt glad aan en mag niet open staan. De ondervacht weert vocht en kou, de bovenvacht is waterafstotend en voorkomt dat sneeuw tot de ondervacht doordringt. De vacht is liefst zilvergrijs, maar komt in diverse varianten voor. Aan de grijze haren van de bovenvacht zitten donkere haarpunten, die de variaties in grijs geven. De ondervacht is lichtgrijs. Het hoofd van de elandhond is vrij groot met puntige rechtopstaande zwarte oren en een donker masker. Rond de ogen zit de zwarte "eyeliner" met uitlopers naar de aanzet van de oren.


De ogen zijn donkerbruin met een vriendelijke, niet angstige uitdrukking.De staart wordt in een stevige krul over de rug gedragen. De meeste landen waar rashonden gefokt worden vallen onder de FCI (Fédération Cynologique Internationale). De FCI Standaard Noorse Elandhond grijs nr 242 is hieronder in het nederlands te lezen. De oorspronkelijke standaard is te lezen als PDF file op de site van de Noorse Kennelclub. Uitzonderingen zijn o.a. Engeland en de Verenigde Staten. De Amerikanen en Engelsen voeren hun eigen standaard voor the Norwegian Elkhound. De linken naar de Noorse, Amerikaanse en Engelse kennelclub kunt u onderaan deze bladzij vinden.

Maline van de Wueste Graaf

Maline van de Wueste Graaf

Het karakter

De elandhond is geen ras wat in meutes gehouden wordt. Hij is de hond die alleen met de baas aan het werk is. Dit heeft hem gemaakt tot een hond die een uitgesproken binding met de mens heeft, waarbij wederzijds vertrouwen de hoofdmoot heeft. De elandhond wil graag als lid van het gezin behandeld worden, dat kan ook omdat hij vriendelijk, betrouwbaar en gevoelig is, slechts zelden zal hij agressief zijn naar mensen, ook de omgang met andere huisdieren gaat over het algemeen goed. Door zijn werk als zelfstandig jagende hond op elanden, die bijzonder groot en gevaarlijk kunnen zijn, heeft hij een flinke dosis moed, intelligentie en alertheid nodig, die hem tot een onafhankelijke hond maken. Hij kan zeer snel leren, maar zal nooit een onderdanig soort gehoorzaamheid laten zien.

Werkeigenschappen

De elandhond wordt in Scandinavie voornamelijk gebruikt voor de jacht op de eland. Hier gebruikt men hem het meest als "løshund", hierbij moet hij zelfstandig het spoor van de eland zoeken en mag zich daarbij niet laten afleiden door andere dingen. Hierbij moet hij rustig blijven, want anders schrikt hij de eland af. Als na uren achtervolgen de eland gevonden is, moet hij de zorgen dat de eland daar blijft. Dit doet hij door middel van schijn aanvallen en luid te blaffen, de blaf is een zo ver dragend geluid dat de jager dit als baken gebruikt. De elandhond kan ook als "bandhund" gebruikt worden. Hij wordt dan als aangelijnde speurhond gebruikt. Bij de eland aangekomen wordt de hond vastgelegd en de jager doodt de eland. Als de eland gedoodt is, krijgt de hond ook zijn deel van de "kill".


Informatie over hoe een jachtproef met løshund op de eland werkt kunt u op deze link vinden:



In Nederland wordt de elandhond zelden als jachthond gebruikt, hoewel er wel mogelijkheden zijn om de hond tot bandhund op te leiden, waarbij de hond geleerd wordt een zweetspoor uit te werken. Meestal gaan de eigenaren over tot de bekende hondensporten, zoals behendigheid, flyball en GGI, GGII en GGIII. Elandhonden en hun eigenaren kunnen erg veel plezier hebben aan deze sporten, voorwaarde is wel dat de baas met een flinke dosis humor aan de slag gaat, want de elandhond heeft doordat hij zo zijn eigen ideeën heeft menig baas tot wanhoop gebracht.

Jumping Hasky

Kampioen Witch Hazel of Riverland


Rasstandaard Noorse Elandhond
 
Vertaling in het Nederlands

 FÉDÉRATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (FCI nr 242)

Rasstandaard van de grijze Noorse elandhond (Norsk Elghund Grå)
De grijze Noorse elandhond is bij de F.C.I. ingedeeld in groep 5, onder rasnummer 242; datum: 09.08.1999. Sectie 2 met werkproef voor alleen de Noordelijke landen (Zweden, Noorwegen en Finland)

Land van herkomst:Noorwegen.

Gebruik: Noordelijk geharde jachthond voor de elandenjacht.

Algemeen voorkomen: Typische spitshond. Compact, kort lichaam, vierkant van bouw, overdadige vacht, niet borstelig of lang. Rechtop staande oren. De staart is stijf over de middenlijn van de rug gekruld.

Belangrijke verhoudingen: Vierkante lichaamsbouw. De lengte van de schedel en die van de snuit zijn gelijk.

Gedrag/temperament: Moedig, onbevreesd en energiek.

Hoofd:Wigvormig, relatief breed tussen de oren. Strakke hoofdhuid.

Schedel: Licht gewelfd.

Stop: Matige, niet te duidelijk stop

Aangezicht: Neus: Zwart

Snuit: Geleidelijk aflopend gezien zowel van boven als van opzij. Rechte neusbrug.

Lippen: Vast gesloten lippen.

Kaken/gebit: Schaargebit, compleet aantal tanden en kiezen.

Ogen: Niet uitpuilend, donker bruin.

Oren:Relatief klein, hoog aangezet, meer hoog dan breed aan de basis. Puntige toppen en zeer beweeglijk.

Hals: Krachtig en met een goede opgaande lijn. Middel lang. Uitbundige beharing. Strakke halshuid.

Lichaam: Krachtig, kort lichaam.

Toplijn: Recht van af de halsaanzet tot de staartwortel.

Halsaanzet: Goed ontwikkeld.

Rug: Sterk, recht en krachtig.

Lendenen: Goed ontwikkeld.

Kruis: Sterk en breed.

Borst: Breed, diep, goed gewelfde ribben.

Onderbelijning: Vrijwel recht

Staart: Krachtig, hoog aangezet. Relatief kort. Dik behaard zonder vlag. Stevig opgerold over de middenlijn van de rug. Bij een volwassen hond kan het uiteinde van de staart niet uitgestrekt worden.

Voorhand: Algemeen voorkomen: Sterk en droog, recht.

         Schouders: Hoekig.
         Bovenarm: Hoekig
         Elleboog: Goed gesloten, niet naar binnen of naar buiten gedraaid.

                    Onderarm: Recht van voor en van opzij.

         Polsgewricht: Recht van voor gezien, een weinig hoekig gezien van opzij.

         Voeten: Gesloten, ovaal van vorm en niet naar buiten gedraaid

                    Benen:Verhoudingsgewijs kort, stevig, recht en krachtig met goed bot.

 Achterhand:Algemeen voorkomen: Sterk, droog, krachtig. Van achter gezien
                        parallel.
Matig gehoekt.

                        Bovenbeen: Gespierd en goed breed.

Knieën:Matig gehoekt.

Onderbeen:Van gemiddelde lengte.

Hak: Matige hoeking.

Spronggewricht: Mag in stand niet voor de staartwortel uitkomen.

Achtervoet: Verhoudingsgewijs kort, ovale goed sluitende, voorwaarts gerichte tenen.

Gangwerk: Licht, effectief. Van voren en van achter parallel geplaatst.

Huid: Strak en zonder plooien op de kop.

Vacht: Haar: Van gemiddelde lengte, dicht, overvloedig, bovenvacht die niet krult.

            Kort en plat op het hoofd en de voorzijde van de benen. Het langst aan de

            hals, broek en achterkant van de voorbenen en de onderkant van de staart.

            Rijk aan onderwol.

            Kleur: Donker of licht grijs. De grijstinten worden gevormd door de zwarte

            uiteinden van de haren. Lichter op de borst, buik en benen, op de onderzijde

            van de staart, onder de staartwortel en in de “sele”markering.

            De “sele”markering  is de 5 centimeter brede loodrechte streep van de

            halsaanzet tot de punt van de elleboog. De dekharen in deze strepen mogen

            geen zwarte uiteinden hebben. De oren en het voorste deel van de snuit is

            gemarkeerd door het masker. Het gedeelte van de ogen tot de aanzet van

            het oor worden tot het masker gerekend. Zuivere licht grijze onderwol.

Formaat: Schofthoogte:      Reu: ideale hoogte 52 cm

Teef: ideale hoogte 49 cm

Fouten: Algemeen: Fouten c.q. ernstige fouten: elke afwijking van voornoemde punten moet als fout worden beschouwd, waarvan de mate van beoordeling in juiste verhouding moet staan tot de graad van de afwijking.

Fouten:
-  Ronde of gewelfde schedel.
-  Te grote of te ver uit elkaar geplaatste oren.
-  Onregelmatig gebit, tanggebit.
-  Licht gekleurde ogen.
-  Platte gespreide voeten.
-  De staart aan de zijkant dragen. Te korte staart.
- Te lange of te korte bovenvacht.
-  Kleuren in bruin en geel. Doorslaande kleuren. Donkere onderwol.
-  Witte staartpunt. Witte borstvlek.
- Te zacht. Gestresst.

Diskwalificerende fouten:
- Te korte staart
- Sterke variatie van de grijstinten. 

- Gouden of glazige ogen.
- Hangende oren.
- Onderbeet. Bovenbeet.
- Hubertusklauwen op de achterbenen.
- Schofthoogte 3 cm onder of 4 cm boven de ideale hoogte.
- Agressief.

NB: Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

Originele FCI Rasstandaard: 

In English:         FCI standard Norwegian Elkhound nr 242

In Norsk:            FCI standard Norsk Elghund nr 242 

Niet FCI landen:

British kennelclub standard for Norwegian Elkhound

American kennelclub standard for Norwegian Elkhound