|
Rasstandaard
Noorse Elandhond
Vertaling in het
Nederlands
FÉDÉRATION
CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (FCI nr 242)
Rasstandaard van de grijze
Noorse elandhond (Norsk Elghund Grå)
De
grijze Noorse elandhond is bij de F.C.I. ingedeeld in groep 5, onder
rasnummer
242; datum: 09.08.1999. Sectie 2 met werkproef voor alleen de
Noordelijke
landen (Zweden, Noorwegen en Finland)
Land van herkomst:Noorwegen.
Gebruik: Noordelijk
geharde jachthond voor de elandenjacht.
Algemeen voorkomen: Typische spitshond.
Compact, kort lichaam, vierkant van bouw, overdadige vacht, niet
borstelig of
lang. Rechtop staande oren. De staart is stijf over de middenlijn van
de rug
gekruld.
Belangrijke verhoudingen:
Vierkante
lichaamsbouw. De lengte van de schedel en die van de snuit zijn gelijk.
Gedrag/temperament: Moedig, onbevreesd en
energiek.
Hoofd:Wigvormig, relatief breed
tussen
de oren. Strakke hoofdhuid.
Schedel: Licht
gewelfd.
Stop:
Matige, niet te duidelijk stop
Aangezicht: Neus:
Zwart
Snuit: Geleidelijk aflopend gezien
zowel van boven als van
opzij. Rechte neusbrug.
Lippen: Vast gesloten lippen.
Kaken/gebit: Schaargebit, compleet aantal
tanden en kiezen.
Ogen: Niet uitpuilend, donker bruin.
Oren:Relatief klein, hoog
aangezet, meer hoog dan breed aan de basis. Puntige toppen en zeer
beweeglijk.
Hals:
Krachtig en met een goede
opgaande lijn. Middel lang. Uitbundige beharing. Strakke halshuid.
Lichaam: Krachtig, kort lichaam.
Toplijn: Recht van
af de halsaanzet tot de staartwortel.
Halsaanzet: Goed
ontwikkeld.
Rug:
Sterk, recht en krachtig.
Lendenen: Goed
ontwikkeld.
Kruis:
Sterk en breed.
Borst:
Breed, diep, goed gewelfde
ribben.
Onderbelijning: Vrijwel
recht
Staart:
Krachtig, hoog aangezet.
Relatief kort. Dik behaard zonder vlag. Stevig opgerold over de
middenlijn van
de rug. Bij een volwassen hond kan het uiteinde van de staart niet
uitgestrekt
worden.
Voorhand: Algemeen
voorkomen: Sterk en
droog, recht.
Schouders: Hoekig.
Bovenarm:
Hoekig
Elleboog:
Goed
gesloten, niet naar binnen of naar buiten gedraaid.
Onderarm: Recht van
voor en van opzij.
Polsgewricht: Recht van voor gezien, een
weinig hoekig gezien van
opzij.
Voeten: Gesloten,
ovaal van vorm en niet naar buiten gedraaid
Benen:Verhoudingsgewijs
kort, stevig, recht en krachtig met goed bot.
Achterhand:Algemeen
voorkomen: Sterk, droog, krachtig. Van
achter gezien
parallel. Matig
gehoekt.
Bovenbeen: Gespierd en goed breed.
Knieën:Matig
gehoekt.
Onderbeen:Van
gemiddelde lengte.
Hak: Matige hoeking.
Spronggewricht: Mag in stand niet voor de
staartwortel uitkomen.
Achtervoet: Verhoudingsgewijs kort, ovale
goed sluitende,
voorwaarts gerichte tenen.
Gangwerk: Licht,
effectief. Van voren en van achter parallel geplaatst.
Huid: Strak en zonder plooien op de
kop.
Vacht:
Haar:
Van gemiddelde lengte, dicht,
overvloedig,
bovenvacht die niet krult.
Kort en plat op het
hoofd en de voorzijde van de benen. Het langst aan
de
hals, broek en
achterkant van de voorbenen en de onderkant van de
staart.
Rijk aan onderwol.
Kleur: Donker of licht grijs. De
grijstinten worden gevormd door de zwarte
uiteinden van de
haren. Lichter op de borst, buik en benen, op de
onderzijde
van de staart, onder
de staartwortel en in de “sele”markering.
De
“sele”markering is de 5 centimeter brede
loodrechte streep van de
halsaanzet tot de punt
van de elleboog. De dekharen in deze strepen
mogen
geen zwarte uiteinden hebben. De oren en het voorste deel van de snuit
is
gemarkeerd door het
masker. Het gedeelte van de ogen tot de aanzet van
het oor worden tot het
masker gerekend. Zuivere licht grijze onderwol.
Formaat: Schofthoogte:
Reu: ideale hoogte 52 cm
Teef:
ideale hoogte 49 cm
Fouten: Algemeen: Fouten c.q. ernstige
fouten: elke afwijking van voornoemde punten moet als fout worden
beschouwd,
waarvan de mate van beoordeling in juiste verhouding moet staan tot de
graad
van de afwijking.
Fouten:
-
Ronde of gewelfde
schedel.
-
Te grote of te ver uit
elkaar geplaatste oren.
-
Onregelmatig gebit,
tanggebit.
-
Licht gekleurde ogen.
-
Platte gespreide
voeten.
-
De staart aan de
zijkant dragen. Te korte staart.
- Te lange of te korte
bovenvacht.
-
Kleuren in bruin en
geel. Doorslaande kleuren. Donkere onderwol.
-
Witte staartpunt.
Witte borstvlek.
- Te zacht. Gestresst.
Diskwalificerende fouten:
- Te korte staart
- Sterke variatie van de
grijstinten.
- Gouden of glazige ogen.
- Hangende oren.
- Onderbeet. Bovenbeet.
- Hubertusklauwen op de
achterbenen.
- Schofthoogte 3 cm onder of 4
cm
boven de ideale hoogte.
- Agressief.
NB: Reuen moeten twee
normaal
ontwikkelde testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn
ingedaald.
Originele
FCI Rasstandaard:
In English:
FCI standard
Norwegian Elkhound nr 242
In Norsk:
FCI standard
Norsk Elghund nr 242
Niet
FCI landen:
British kennelclub standard for
Norwegian Elkhound
American
kennelclub standard for Norwegian Elkhound
|